Bijlage A

Bron, B. Jowett (Vol. III, derde editie 1892) vertaling van Plato’s Dialogen, Timaeus & Kritias. (Plato’s Grot: De Staat VII.514-520)

©, leon elshout, 2 juni 2019

Atlantis: 9000 jaar voor Plato

Kritias 108: 9000 jaar eerder; eiland Atlantis voerde oorlog tegen Athene. (Zie Timaeus 25). Atlantis zonk in zee door een aardbeving. (Zie Openbaring 16:18). Atlantis was groter dan Turkije en Libië samen. Modder van Atlantis blokkeerde de Straat van Gibraltar.

Kritias 113: Solon had Atlantisverhaal vertaald. Atlantis verhaal kwam uit Egypte. (Hadden de Egyptenaren het verhaal overgeleverd gekregen van de Edomieten/Hyksos?). De goden hadden de aarde verdeeld. Poseidon had Atlantis gekregen. Centrale heuvel op eiland Atlantis met Evenor en Leukippe die dochter Kleito verwekten. (Ze waren geen menselijke wezens maar Titanen). Poseidon maakte cyclopische grachten met balustraden rond de hoofdstad. Twee bronnen onder Atlantis; koud en warm water (vergelijk met Ezechiel 47:1-12). Er was nog geen scheepvaart; Atlantis was ontoegankelijk voor buitenlanders. (Atlantis was isolationistisch). Dankzij de bronnen was er voedsel er in overvloed: neiging naar zelfvoorziening.

Kritias 113-114: Poseidon verwekte vijf paar tweelingzonen bij Kleito. Allen werden koning van Atlantis. Poseidon deelde Atlantis in tien delen.

Kritias 114: Oudste zoon van Poseidon en Kleito: Koning Atlas. Hij kreeg het grootste stuk van Atlantis. Tweelingbroer van Atlas, Eumelus (Gadeiros) kreeg gebied bij Gibraltar dat tegenover Gades lag (Tegenstrijdig: lag bij Gibraltar en tegenover Cadiz). Erg cryptisch beschreven; er valt geen touw aan vast te knopen. Bossen, alles in overvloed. Zelfvoorzienend. Hout voor timmerwerk, orichalcum uit mijnbouw. Koning Mnesus wordt genoemd.

Kritias 114-115: Olifanten

Kritias 115: Scheepswerven, ronde kanalen, grote schepen, moerassen, tempels, paleizen. Andere dieren.

Kritias 117: Bronnen onder paleis en tempel, koud en warm water. (vgl. Ezechiël 47:1-12; Genesis 2:10-14). Hele eiland paardenrenbaan. Er waren tempels voor andere afgoden. Bos van Poseidon. Scheepswerven, vrachtschepen, kooplieden = Harokel = Heracles.

Kritias 118: Hout in overvloed

Kritias 119: Tienduizend strijdwagens, paarden en ruiters. Bevolking in de bergen en in de hoofdstad was niet te tellen. Er waren stieren. Tien koningen en 1200 schepen. Oorlogssituatie in de koningsstad. 12 = Bijbels getal. Pilaren met orichalcum. Stieren (Baäl-aanbidding) in heiligdom van Poseidon; offeren van stieren.

Kritias 120: Wijnbekers, wetten in de pilaren van de tempel geschreven.

Kritias 121: Kapitalistische hebzucht op Atlantis. Zeus strafte Atlantis hiervoor.

Timaeus 24: Troepenmacht van Atlantis rukte op tegen Europa , Athene en Azië; Leger kwam van voorbij de Zuilen van Hercules. De Straat van Gibraltar was nog wel bevaarbaar.

Timaeus 24-25: Atlantis was groter dan Turkije en Libië samen

Timaeus 25: Plato noemde het continent aan de overzijde van de oceaan. Dit was natuurlijk Amerika. Atlantis was doorreishaven naar Amerika. (Atlantis was dus niet langer isolationistisch). Atlantis had delen van Europe en Noord-Afrika tot en met Libië en Egypte aan zich onderworpen. Atlantis onderwierp Europa tot aan Tyrrhenia (Maar wat was Tyrrhenia?). Aardbevingen en overstromingen, Atlantis opgeslokt en in zee verdwenen. Modder voor Gibraltar blokkeerde schepen.
–————————————————————————————

Athene: 9000-8000 jaar voor Plato

Kritias 108: Godin Mnemosyne (Verbastering van “M-n”).
Kritias 109: Land werd verdeeld onder de goden Hephaistos en Athena (Neith) worden genoemd. Ze waren broer en zus. Feitelijk waren ze Baäl Tzafon en Astarte. Liefde voor filosofie en kunst. Beschavingen kwamen op en gingen steeds verloren. Domme volk overleefde steeds en woonde in de bergen. Domme volk had een desinteresse voor kunst en literatuur.

Kritias 111: Athene was zelfvoorzienend, hout en voedsel in overvloed, ook voor het vee. Het regenwater werd opgevangen in bekkens.

Kritias 112: Regen, aardbevingen en drie overstromingen voor de Vloed van Deucalion. Erg warrig beschreven; er valt geen touw aan vast te knopen. Fontein onder de centrale heuvel, de Akropolis. (De drie overstromingen vonden plaats in Egypte tijdens de Exodus en staan wellicht beschreven in de Leiden Papyrus #344).

Timaeus 21: Athena werd in Egypte Neith genoemd. Ze was de patron van de stad Sais die door Solon werd bezocht. Sais lag in de Nijl Delta. (Was dit een stille hint naar de Exodus?).

Timaeus 21-22: Solon kreeg overleveringen over antieke geschiedenis van de priesters van Sais. Sais lag in de Nijldelta.

Timaeus 22: Phoroneus eerste mens. Deukalion en Purrha overleefden de Vloed. Mensheid vele malen bijna ten onder gegaan door water en vuur. (Phoroneus, Deucalion and Pyrrha waren niet menselijke wezens maar Titanen, net als de gevallen engelen in Genesis 6).

Timaeus 23: Meer dan één vloed. Voor de grote Vloed (van Deucalion?), was Athene in oorlog. Godin Athena stichtte Athene 8000 of 9000 jaar voor Plato. Domme volk overleefde steeds de rampen.

Timaeus 24: Schaapherders en jagers in Athene (Vergelijk de Bijbel: Ezau en Nimrod waren jagers; de herders kwamen bij Jezus). Wetten op allerlei gebied in Athene (vergl. Hammurabi Codex). Leger van Atlantis viel Europa en Azië binnen. Dit leger kwam van en eiland dat voor de kust van Gibraltar in zee lag. Het lag voor de Zuilen van Hercules. in front of the Pillars of Hercules. Aziaten worden genoemd.

Timaeus 25: Athene won de oorlog tegen Atlantis en maakte de Atlantiërs tot slaven. Alle volken binnen de Zuilen van Hercules werden door Athene bevrijd.